We geven geen bal om je kernwaarden

Of je manifest. Of mission statement.

Er was een tijd dat je je communicatie niet kon optuigen zonder actief een mission statement de wereld in te slingeren. Iets in de trant van: “We streven ernaar de beste leverancier van X ter wereld te worden.” Ongeveer tien jaar later hadden we een purpose nodig. Bedoeld om mensen te inspireren en hen te betrekken bij deze grótere… eh, mission. Dat lijkt vooruitgang. Maar lang niet genoeg.

De essentie van kernwaarden is dat deze – zoals de naam al zegt – als ‘kern’ gezien worden van hoe je als organisatie je rol wil vervullen. Het helpt organisaties bij besluitvormingsprocessen. Het helpt bij het formuleren van een verhaal. Allemaal prima. Maar vorige week scrolde ik op LinkedIn weer eens langs een post van een bedrijf waarin de kernwaarden één-voor-één opgelepeld werden. Letterlijk als gortdroge opsomming. En ook ‘passie‘ zat er weer eens tussen (ja echt waar). Maar de waarheid is:

We geven helemaal geen bal om je kernwaarden.
We geven eigenlijk geen bal om jou.
We geven vooral om onszelf.

Mijn punt met het zo prominent opdreunen van je kernwaarden, je manifest of je mission statement? Nou vijf punten zelfs:

  1. Ze gaan over jou. Ze kunnen me wel of geen beter gevoel geven (meestal géén, want booooooring). Mits uniek genoeg leveren ze je kortstondig wat aandacht op, maar als je ze al van tientallen bedrijven voorbij hebt zien komen verliezen ze gewoon interessewekkend vermogen.
  2. Ze zijn te oppervlakkig. Ja zelfs als ze over wereldvrede, zelfactualisatie of een hondsdolle obsessie met klantgeluk gaan. Wat bedoel ik met oppervlakkig? Zie 3.
  3. Het leest doorgaans als obligate verzonnen bewustzijn dan op een doordachte poging om in onze behoeften te voorzien.
  4. Je ‘toewijding aan samenwerking, innovatie en klanttevredenheid’ maakt echt indruk op niemand. Nul oprechtheid en nul onderscheidend vermogen ten opzichte van de eerste de beste firma die boekhoudsoftware of magnetronmaaltijden verkoopt.
  5. En het belangrijkste punt is dat je kernwaarden geen sterk genoeg kader creëren om je klanten te helpen begrijpen waarom ze überhaupt zaken met je moeten doen. Daarnaast helpen ze je medewerkers niet hun voorwaartse pad te begrijpen en te onderzoeken. Welke vragen moeten ze stellen? Welke principes sturen de besluitvorming? Hoe weten ze of ze beslissingen nemen die je missie ondersteunen? Op welke manieren mogen ze meedenken? En. Zo. Voorts.

Kernwaarden an sich helpen namelijk niemand om beslissingen te nemen. Het is niet interessant genoeg en het is niet iets dat je mensen op een zinvolle manier kunt uitleggen. Het is hooguit een oppervlakkige weergave van je organisatie, je merk, je cultuur en je concurrentievoordeel.

Vertel gewoon het hele, onvervalste verhaal
Een corporate verhaal – of merkverhaal voor bijv. product of dienst – is het totale raamwerk dat meer omvat dan alleen je visie en waarden. Het legt niet alleen uit wat je hoopt te bereiken, maar ook hoe je het bereiken van dat ideaal aanpakt. Het legt je unieke perspectief op de wereld bloot. Het legt uit wat je wérkelijk in de aanbieding hebt. Een verhaal dat ondersteunt met bewijs, getuigenissen en meningen. Een verhaal dat je geloofwaardig maakt (die kan je op twee manieren lezen, get it? 😉 )

Je kan met WHY beginnen, maar je kan daar helaas niet eindigen.

Mijn probleem met ‘passie’

Ieder identity-vraagstuk begint zo’n beetje met de zoektocht naar kernwaarden. We hebben daar slimme maniertjes voor. Eenvoudige, compacte methodieken waarbij we samen met de klant op zoek gaan naar woorden die de klantorganisatie of het merk zo goed mogelijk beschrijven. Maar er is één woord dat altijd op de shortlist verschijnt:

‘Passie’.

Waarschijnlijk met een goede reden. Het is best een sterk woord. In de meeste gevallen beschrijft het daadwerkelijk onze klanten. Ze zijn gepassioneerd genoeg om bij een goede communicatie-adviseur aan te kloppen, gepassioneerd genoeg om in hun merk te investeren en ze waren in ieder geval ooit gepassioneerd genoeg om een bedrijf te starten.

Gepassioneerd was ik ooit ook. En ook al geef ik misschien de indruk dat ik dat nog steeds ben, ik zal hier en nu bekennen: ik ben het niet. Ik hou het bij 90 procent van de tijd. Misschien 85. Ik bedoel 80. Ik ben de fanatieke sporter die vanavond vergat naar de sportschool te gaan, maar toen ik erachter kwam dat ik het vergeten was, nog steeds niet ging. Ik ben de geheelonthouder die zojuist nog een borrel dronk. Of drie.

Om de haverklap slingeren positiviteitsgoeroes “volg je passie!” naar je hoofd, maar waar ik passie voor voel verandert om de vijf minuten. Ik word horendol als ik altijd mijn passies zou moeten volgen.

Het echte probleem met passie is niet dat het een zwak woord is of dat het niets waardevols communiceert. Het probleem met passie is dat het helemaal niet zo’n statement zou hoeven zijn. Passie is de liefde die je voelt voor hetgeen je doet. Passie betekent dat je je ding doet met goed ontwikkeld enthousiasme. Dat betekent helaas nog niet dat je ergens goed in bent. Of ooit zult zijn. Je kunt ergens gepassioneerd over zijn, maar dat betekent nog niet dat het goed voor jou is. Of voor anderen. Normaal gesproken zorgt passie an sich dan ook niet voor brood op de plank.

Passie heeft in communicatie zo’n beetje dezelfde status als ‘uniek’, ook al zo’n non-descriptor. Een te vaak gebruikt containerbegrip dat z’n glans heeft verloren. Uiteindelijk zouden ondernemers, leiders en bedrijfseigenaren sowieso gepassioneerd moeten zijn. De meesten zijn dat gelukkig ook. Maar als iedereen het is is het geen onderscheidende eigenschap meer.

Demonstreer je passie in ieder aspect van je werk. Als je dat goed doet dan is het niet nodig er een statement van te maken. En voor de rest: reserveer wat passie voor in de slaapkamer, want daar hoort het pas écht thuis.