Voor wie werk jij eigenlijk?

Voor wie werk je? Voor je bedrijf? Je baas? Jezelf?

Of werk je voor je klant?

Hoe je deze vraag beantwoordt bepaalt voor altijd het perspectief op het werk dat je doet. En wie je nou eigenlijk bedient. Normaliter beantwoorden we de vraag “Voor wie werk jij?” met de naam van je bedrijf. Of we zeggen, “Ik heb m’n eigen bedrijf, dus ik werk voor mezelf.”

Maar als we met die vierde optie geconfronteerd worden voelen we ons een beetje schuldig, krabbelen we terug en bekennen we dat we er toch echt zijn voor de klant. We dachten even niet na. Natúúrlijk werken we voor de klant.

Ook al lijkt het een strikvraag, er bestaat geen fout antwoord. Werknemers werken voor de baas. Eigenaren werken in het belang van hun bedrijf. Dat is hoe het is. Het is de realiteit. En het belangrijkste: het is balans.

Voor wie je het ook doet, beste schoenmaker, blijf bij je leest. Probeer de verleiding te weerstaan andermans werk te doen, want het keert zich tegen je. Er zijn ontelbare interessante paden die je kunt bewandelen, maar sommige daarvan zijn gewoon niet de jouwe. Afgeleid worden door alle mogelijkheden zal je vertragen en zal je alleen maar frustreren. Heb je nog geen Cannes Lion, Effie of Gouden Loekie gewonnen? Who gives a shit. Kun je je geen glimmende Porsche veroorloven? Fantastisch, bespaar je mooi op de onderhoudskosten. Heb je niet zo’n snelle Mac als je vrienden? Gebruik een potlood. Als je interessant werk wil doen – voor je baas, voor jezelf of voor je klant – concentreer je dan op wat jíj aan het doen bent. Niet op wat iemand anders aan het doen is.

Je klanten zouden altijd een prioriteit moeten zijn, maar ze kunnen niet de énige prioriteit zijn. Koester deze tegenstelling. Het houdt het systeem draaiende.

 

Fotocredits: p98a.com

Bewaren

Bewaren

Zeg eens Ja

Laten we het eens hebben over Nee. Nee is de gemakkelijke reactie, die zijn nut dubbel en dwars bewezen heeft. Nee bespaart je tijd, halveert je werkdruk en helpt je mentale energiereserve op peil te houden voor belangrijkere zaken. Nee is vaak directe winst, zeker voor als je al op je tandvlees loopt. De meesten van ons verdrinken in keuze. Daarom zoeken we naar manieren om ruis in ons leven te verminderen.

Nee heeft ook tekortkomingen. Misschien wel de grootste is dat het de neiging heeft ieder initiatief vroegtijdig de nek om te draaien. Ik ontmoet mensen die hun standaardinstelling op Nee hebben staan en hun leven wordt er bepaald niet minder bleek van.

Ja is anders. Ja is uitdagend, al is het omdat het zomaar kan uitdraaien op iets wat je niet wil. Maar misschien ben je helemaal niet zo goed in het bepalen wat je wil. Een fietstochtje in de regen zou wel eens hartstikke leuk uit kunnen pakken. Oesters zouden best lekker kunnen smaken en een opera is misschien meer dan balkende dames. Of misschien niet, maar als het wél balkende dames zijn zeg je de volgende keer gewoon Nee en dan mis je daarna niks. Ja zeggen verlaagt weerstand en ontwapent de mensen om je heen. Ja heeft het zelfs in zich je persoonlijkheid te veranderen. Ja verandert je van ‘die gast die overal Nee tegen zegt’ in ‘die gast die overal voor in is’.

Ik leid een druk leven met soms wat teveel hooi op de vork en dat leidt links en rechts tot wat klachten en spanningen. Om af en toe op adem te komen moet ik wel eens Nee verkopen. Misschien heb ik te vaak Nee gezegd tegen mensen die Ja verdienen, maar sinds kort werk ik aan het veranderen van die gewoonte. Omdat ik nieuwsgierig ben naar waar Ja toe leidt.

Ik zeg tegenwoordig ook veel vaker Ja tegen klanten, vaker dan ooit. Als correctieverzoeken in m’n inbox belanden zeg ik Ja. Want weet je, als een klant een concept of design beoordeelt is een lijst met revisies zo goed als onvermijdelijk. We weten dat weerstand zinloos is, maar van nature is onze houding op dergelijke lijstjes defensief. We hebben immers naar beste vermogen iets bedacht wat het klantvraagstuk zou moeten oplossen. Worden we gedwongen iets te veranderen wat volgens ons goed is, dan raken we geïntimideerd. Als conceptontwikkelaars en designers maken we ons nou eenmaal zorgen over het breken van een idee of ontwerp.

Om emoties op zulke momenten te temmen dwing ik mezelf tot een piepklein systematiekje. Ik neem de lijst correcties en splits het op in verschillende categorieën en zeg in eerste instantie Ja tegen alles. Ook tegen de vreemde suggesties (en geloof me – ik heb de nodige shit voorbij zien komen), want wie weet, misschien pakken de veranderingen wel goed uit. Dan ga ik terug naar de lijst en identificeer de punten die het ontwerp duidelijk verzwakken (bijv. het gebruik van ondermaats beeldmateriaal, het toepassen van een verkeerde druktechniek of het bouwen van een verwarrende site-navigatie). Dan benoem ik de obstakels, leg uit waarom ze me zorgen baren en wat onze opties zijn. Deze aanpak verschuift alle aandacht direct naar de issues die het meest belangrijk zijn.

Ik zeg Nee tegen mijn kinderen, meer dan wie dan ook. Gedeeltelijk doe ik dat omdat hun ideeën soms stom, of in een enkel geval potentieel dodelijk zijn. “Hey pap – kijk eens hoe ik deze zak over mijn hoofd trek!” Maar er zijn ook veel vragen waarvoor ik gewoon te moe of te lui ben om Ja tegen te zeggen. Er komt een moment dat ze erachter komen dat er boeiendere manieren zijn om hun tijd te besteden dan met hun saaie vader (die altijd Nee zei), dus ik bedenk de laatste tijd steeds vaker: “wat is het ergste dat kan gebeuren als ik Ja zeg?” Daarom sta ik tegenwoordig ook thuis steeds vaker in de Ja-stand. Ik zeg vaker Ja tegen mijn hardloopschoenen. Ik zeg ja tegen mijn puberzoon, die op dit moment even helemaal niks kan met Nee. Misschien zeg ik binnenkort wel Ja tegen rooibosthee en Nee tegen suiker.

Nee is niet onlosmakelijk verbonden met slecht. Leren Nee te zeggen is een lonende vaardigheid, vooral als je moeite hebt met tijd voor jezelf te vinden. Ik zeg niet dat ik overal maar Ja tegen ga zeggen, maar ik ga stoppen met Nee als de vanzelfsprekende reactie. Nee bewaar ik voor tele-marketeers, nepkerstbomen en mensen die ik nauwelijks ken maar toch vinden dat ze recht hebben op mijn tijd. Maar voor mijn meissie, mijn kinderen, mijn ouders en mijn vrienden ga ik mijn stinkende best doen vaker Ja te zeggen.

Een fantastisch 2015 allemaal.

 

Fotocredits: trend-chaser.com

Bewaren

Mond houden en luisteren

Sinds de oprichting van dit blog en mijn twitteraccount vragen lezers me wel eens om advies. En dan bedoel ik niet mijn klanten, maar mensen uit het netwerk. Vrijblijvend. De vragen lopen uiteen van hoe moet ik mij of mijn bedrijf positioneren en presenteren, tot hoe krijg ik meer aandacht of conversie. Ik heb er zoveel mogelijk antwoord op proberen te geven, maar ik vroeg me op een zeker moment af waarom. Ik vermoedde dat mijn suggesties enigszins waardevol zijn, maar slechts een enkeling nam ze ter harte en deed er iets nuttigs mee.

Een poosje geleden zat ik een keer aan de andere kant van de tafel. Een vriend met een succesvolle start-up gaf mij onder het genot van een biertje wat feedback op wat ik ‘een idee’ zou willen noemen. Nog wat later heb ik hetzelfde idee genoemd in het bijzijn van twee anderen. Maar in beide gevallen was het advies niet helemaal wat ik wilde horen. Mijn primaire reactie was dan ook “nee – je begrijpt me niet…” en begon vervolgens uit te leggen wat ik in gedachten had. Tien minuten later drong het tot me door dat ze me wel degelijk begrepen (en dat ze zo gul waren om hun gedachten met me te delen), dus hield ik op met praten en deed precies wat ze zeiden dat ik moest doen. Deze mensen weten meer van hun respectievelijke vakgebieden dan ik. Het zou niet slim oneindig dom zijn hun advies niet op te volgen.

Het rare van advies is dat velen er naar vragen, terwijl we het eigenlijk niet willen horen. In plaats van advies zoeken we naar aanmoediging, bevestiging en een klop op de schouder. Bruikbaar advies doet pijn. De vraag is alleen of dat tijdelijke, oncomfortabele gevoel je breekt of je juist vooruit stuwt.