Een schijtidee

Voor ons is naar de wc gaan een noodzakelijk kwaad. Daarom houden we ’m graag netjes, fris en vooral onzichtbaar. Even gaan zitten, doortrekken, klaar. Probleem weg.

Maar zo werkt het dus niet overal. 2,5 miljard mensen hebben géén wc met een spoelknop. Ik zag het ooit met eigen ogen in de sloppenwijken van Jakarta. Geen porseleinen troon. Geen frisse tegelwand. Zij hebben een gat in de grond. Een gat dat ze delen met hele buurten. Een gat dat nooit wordt doorgespoeld. Een gat dat langzaam maar zeker vol raakt tot het overstroomt. En dan wordt het… tja… ingewikkeld. Want als het gat vol is moet iemand het leegmaken.

En nu komt het bizarre deel: deze mensen hebben nog geluk. Want 1,1 miljard mensen hebben zelfs geen gat. Waar zij hun behoefte doen? Waar het maar kan. Langs de weg. Achter een hut. In het veld. Zoals dieren dat doen.

Waarom bouwen we niet gewoon overal normale wc’s? Kort antwoord: dat kan niet. Er zijn simpelweg te veel mensen en te weinig ruimte. En véél te veel afval. Wegspoelen werkte prima toen we met minder waren en de wereld groter voelde. Nu niet meer. We kunnen het niet blijven wegdrukken alsof het niet bestaat.

Dus als weggooien geen optie is, wat dan wel? Dan moeten we anders gaan denken. Niet: hoe raken we het kwijt? Maar: wat kunnen we ermee doen?

Enter recycling. Ja. Ook hier. Professor Francisco de los Reyes, ingenieur en biotech-specialist, stelt het vrij simpel: we moeten stoppen met doen alsof menselijke afvalstoffen verdwijnen zodra we doortrekken. Een van zijn ideeën: de urine-scheidende wc. Een wc met een splitsing. Plasje links, poepje rechts. Klinkt gek. Is slim.

Urine bevat namelijk 80% van de stikstof en 50% van de fosfor die wij uitscheiden. En wat denk je: dat is goud voor landbouw. Met een kleine bewerking wordt urine topkwaliteit mest. Vooral in arme landen, waar voedselproductie letterlijk levens redt. Probleem wordt kans.

Nog zo’n idee: een eenvoudige, stevige, mobiele pomp die afval uit latrines zuigt en veilig afvoert. Niemand hoeft meer het gat in. Die pompen zijn verplaatsbaar, lokaal inzetbaar en is een kans voor bedrijven. Banen. Inkomen. En latrines die langer meegaan. Opnieuw: probleem wordt kans.

Feit is: mensen blijven afval produceren en we kunnen het niet wegtoveren. Dus moeten we slimmer worden. In ontwikkelingslanden sterven 1,5 miljoen kinderen per jaar aan ziektes die direct te maken hebben met vieze wc’s of het ontbreken ervan. Dat is één kind elke twintig seconden. En wij? Wij spoelen alles weg met drinkwater dat zo schoon is als een fles Spa Blauw. En we praten er liever niet over.

Misschien is het tijd om wél te praten en anders te denken. Zoals Einstein het zei: “Je kunt een probleem niet oplossen met dezelfde manier van denken die het heeft veroorzaakt.” Vooral niet als het over poep gaat.

Dit onderwerp raakt me niet vanwege een bizarre interesse in sanitair, maar vanwege het denken erachter. Hier zie je wat er gebeurt als een oplossing zo succesvol wordt dat we vergeten na te denken. De wc is perfect geworden. Zó perfect, dat we niet meer zien wat erachter zit. We hebben het probleem netjes verstopt, wit geglazuurd en voorzien van een spoelknop. Klaar. Tot het systeem vastloopt.

Goede concepten ontstaan precies daar. Niet door het bestaande te optimaliseren, maar door het frame te kantelen. Door afval ineens als grondstof te zien. Door een taboe om te bouwen tot een kans.

Dat geldt ook voor merken. Wie relevant wil blijven moet durven kijken naar wat jarenlang is weggedrukt of genegeerd. Want juist daar zit vaak de echte innovatie en het onderscheid.

Dit verhaal gaat dus niet over wc’s. Het gaat over anders kijken. En soms begint een goed idee met een schijtidee.